Niemand zal ontkennen dat de vrijheid van meningsuiting een belangrijk goed is. Wie zijn uitspraak onderbouwt door te zeggen dat hij “toch gewoon mag zeggen wat hij wil,” zal waarschijnlijk niet snel te horen krijgen dat dit niet zo is, en hij gewoon maar zijn mond moet houden.

Toch is het een begrip dat tot veel discussies leidt. Waar eindigt vrijheid van meningsuiting, en begint bijvoorbeeld discriminatie? Neem Geert Wilders en zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Hij heeft de vrijheid om dat te mogen zeggen, zou je kunnen verdedigen. Maar als je die redenering zou doortrekken, zou je hemzelf dus ook best een haatzaaiende racist mogen noemen. Want ook dat is gewoon ‘een mening.’

De vraag is alleen of het aardig is om hem zo te noemen. Maar ach, dat doet er blijkbaar toch niet toe.

Niet consequent

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die geneigd zijn te discrimineren op basis van achtergrond, ook vaak geneigd zijn om ‘vrijheid van meningsuiting’ als argument van hun uitspraak te gebruiken. Maar zodra het om totaal andere situaties gaat, hechten ze er vervolgens helemaal niet zoveel waarde aan.

De studie, die gepubliceerd staat in het Journal of Personality and Social Psychology bestaat uit acht experimenten. In één daarvan werd eerst bij 175 mensen vastgesteld hoe groot hun racismegehalte is – symbolic racism, om precies te zijn – en vervolgens de mate waarin ze vonden dat de uitspraken uit dit filmpje te rechtvaardigen zijn door de vrijheid van meningsuiting. Uitspraken die, voor de duidelijkheid, niet heel sympathiek waren voor mensen met een donkere huidskleur.

Er bleek inderdaad een verband tussen te zitten. De volgende vraag is echter wat er zou gebeuren als je diezelfde mensen een andere situatie zou voorschotelen. Vinden ze vrijheid van meningsuiting dan net zo belangrijk?

Andere situatie

Voor een ander experiment werd getest hoe deelnemers reageren wanneer iemand ontslagen wordt vanwege generaliserende (en nogal negatieve) uitspraken over mensen met een donkere huidskleur enerzijds, en over politieagenten anderzijds. Uitkomst: wie zich kon vinden in de negatieve uitspraken over politieagenten gebruikte niet evenredig vaak het ‘vrijheid van meningsuiting’-argument – terwijl dat wel gold voor mensen die donkere mensen inderdaad “a bunch of looters and thugs” vinden.

Met dit onderzoek is niet gezegd dat mensen die zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting, vaker racisten zijn. Wel wijst het er sterk op dat mensen die geneigd zijn tot het doen van racistische uitspraken, niet bepaald consequent zijn wanneer het op ‘principes’ aankomt.

Deel
Tweet